Zuid-Limburg zet een belangrijke stap om jongeren beter te begeleiden naar onderwijs, werk en actieve deelname aan de samenleving. Met een nieuwe regionale aanpak voor jongeren slaan onderwijsinstellingen, Doorstroompunten en gemeenten de handen ineen. Het programma richt zich op jongeren tot 27 jaar en heeft als doel hen te ondersteunen bij het behalen van een startkwalificatie, het vinden van passend vervolgonderwijs of duurzaam werk.
Voor veel jongeren is een stabiele plek in onderwijs of op de arbeidsmarkt niet vanzelfsprekend. Vooral jongeren uit het praktijkonderwijs, voortgezet speciaal onderwijs, mbo-niveaus 1 en 2 en jongeren die voortijdig uitvallen, lopen tegen structurele belemmeringen aan. De regionale aanpak voor jongeren wil deze groep tijdig en passend ondersteunen, zodat iedereen gelijke kansen krijgt op een duurzame toekomst.
Jongeren kunnen om uiteenlopende redenen vastlopen. Denk aan een verkeerde studiekeuze, moeite met plannen of wennen aan zelfstandigheid in het mbo. Ook problemen op de stage- of werkplek, mentale overbelasting, schulden of een onveilige thuissituatie spelen vaak een rol. Daarom staat binnen dit programma de jongere centraal en is er ruimte voor maatwerk.
Door intensieve samenwerking tussen het voortgezet (speciaal) onderwijs, het middelbaar beroepsonderwijs, gemeenten, Doorstroompunten en werkgevers kijken de betrokken partijen integraal naar alle leefgebieden van jongeren. Zij betrekken daarbij gezondheid, wonen, financiën, werk en welzijn. Onder meer VISTA college, de gemeenten Heerlen, Maastricht en Sittard-Geleen en diverse schoolbesturen in de regio dragen het programma. Wethouder Jordy Clemens van Heerlen benadrukt dat deze aanpak vooral ondersteuning biedt aan professionals die zich dagelijks inzetten voor jongeren.
Het programma zet sterk in op vroegsignalering en intensieve begeleiding. Scholen werken aan een veilige leeromgeving en vergroten de betrokkenheid van leerlingen om uitval te voorkomen. Bij overstappen naar ander onderwijs of werk is extra ondersteuning beschikbaar, bijvoorbeeld via pilots rondom mentale gezondheid en samenwerking met schuldhulpverlening.
Wanneer onderwijs tijdelijk niet haalbaar is, zijn er alternatieven zoals werk, leerwerktrajecten, praktijkleren en mbo-certificaten. In elke subregio wordt toegewerkt naar een Jongerenpunt als centrale toegangspoort voor ondersteuning. Daarnaast komt er een regionaal netwerk van leerwerkplekken, waarbij werkgevers trainingen ontvangen.
Jongeren krijgen binnen het programma structureel de kans om mee te denken en invloed uit te oefenen op beleid en uitvoering. Hun ervaringen en ideeën vormen een belangrijke basis voor de verdere ontwikkeling van de regionale aanpak voor jongeren.
Het programma is ingediend bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Eind maart wordt bekend of het plan wordt goedgekeurd. Bij toekenning kan de subsidie oplopen tot ruim 11 miljoen euro. De start staat gepland voor 2026 en het programma loopt vier jaar.